zaterdag 18 januari 2014

Ramsau 2014 - De verdwijning van Spot

Sommige plekken hebben iets bijzonders. Ramsau am Dachtstein is zo’n plek. We komen er ieder jaar graag weer terug. Makkelijk, je kent de plekken en de routes. Je weet waar je een weekje gaat “wonen”. Je kent dat ene zaakje met die hele lekker spullen en je weet waar de supermarkt, de bank en de ski-shop zijn. Je weet waar de honden veilig ‘even’  los kunnen. Dat ene paadje tussen beek en steile rotshelling. Waar ze toch niet omhoog kunnen. Denken we. 

Dit jaar blijkt die helling plots niet zo steil. Hij is ook niet voorzien van een dicht sneeuwdak, dat scheelt . Zeer interessant bovendien. Zodat Spot op de dag van aankomst in de avondschemerting alleen op avontuur gaat. Broer Shadow komt braaf aanlopen als we op de terugweg gaan naar ons “huis”  maar Spot is in geen velden of wegen te zien. Nergens een gerucht, er beweegt geen takje, er kwettert geen verstoorde vogel. absolute stilte, slechts verstoord door het gebrom van piste bully's in de verte. De duisternis daalt neer. Een beetje verstoord lopen we naar ons appartement, pakken de auto verder uit en zetten de benches klaar. In ieder geval vast 1 bench. Zullen we die tweede maar in de auto laten staan?. Wrange humor. 

Shadow installeren we in zijn bench en we gaan weer op pad, nu met lamp. Die lamp levert weinig op. Het sneeuwt inmiddels en het lamplicht zorgt alleen maar voor meer hinderlijke reflectie. Elke keer denk ik dat het ogen van een dier zijn maar helaas, geen Spot. Samen sjokken we onverrichter zake terug naar huis. Moe, hongerig en een tikje chagrijnig gemengd met bezorgd. Waar hangt die hond nu toch uit? 

Het grootste nadeel van ons appartement is dat het aan de andere kant van een doorgaande weg ligt. Gelukkig rijden ze door de sneeuw langzaam, maar toch. Ik betrap mezelf erop dat mijn oren gespitst zijn op het geluid van piepende remmen. Of krijsende katten, want dat is een ander nadeel: het wemelt hier rondom de boerderij van de katten en een doodgebeten exemplaar is niet echt een lekkere binnenkomer. 

Toch moeten ook wij wat eten en even bijkomen van de reis. Broer Shadow is er misschien nog wel het rustigste onder van ons alledrie. Na het eten besluit ik naar hotel Birchhof te lopen. Van een medehondenbezitter hebt ik gehoord dat daar een “brunstige Hundin”  is en dat er al mee reuen rond het huis hebben gezworven. Het is wel een zegen, zo’n boerendorp waar men niet opkijkt van een loslopende hond meer of minder - gelukkig staat alle vee op stal. Helaas, ook bij Birchhof heeft men geen “husky Rude”  gezien. Ze beloven wel te bellen, mocht hij opdagen. 

Ik sjok terug naar huis en denk opeens aan een documentaire die ik laatst zag. Op zoek naar een wolvenroedel in een woest en ruig besneeuwd berggebied, huilden de onderzoekers om hun ‘objecten” te kunnen lokaliseren. Ik kijk even om me heen, niemand te zien. Het is donker. “What the heck… “. Ik gooi mijn hoofd in mijn nek en huil. Hartverscheurend, mijn ziel en zaligheid erin leggend. “Ik ben hier, waar ben jij?” hoop ik dat erin doorklinkt. Bij de derde huil die ik wat bewegen in de schemering. Het zal toch niet….. ? Ik click mijn hoofdlamp aan en ja, daar is hij. Wat deemoedig komt hij op mij af. Oortjes in de nek, staart laag. “Had je me zo gemist dan?” uitstralend “hier ben ik weer hoor”. Pfff, wat ben ik opgelucht. We kroelen, ik pink een traantje weg. ik bel Hans met de woorden “Ik heb hem!” en app een meelevende vriendin “Hij is terug!”. Samen aanvaarden we de weg terug naar het pension.  Spot trekkend aan de lijn. We gaan immers richting de katten. 

Los van elkaar zitten we later op de avond ineens te googlen op GPS halsbanden Pff, prijzig geintje. Ik kan hem natuurlijk ook mijn eigen Iphone toevertrouwen. Met "find my iPhone"  kan ik dan precies zien waar hij is. Nadeel is dat ik dan niemand laten weten dat hij pleite is. Zou dat raar zijn, alleen een app-je sturen met “Joepie, mijn hond en iPhone zijn weer terug?”. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen