zaterdag 21 november 2015

Provence

We verblijven deze vakantie in "Mezicourt" te Mane (http://www.mezicourt.com/nl/home) 
Ik leun achterover, sluit mijn ogen en haal diep door mijn neus adem. Als vanzelf plooit mijn gezicht zich in een brede glimlach. Ik ruik zondoorstoofde lucht met een mengeling van tijm en brem. Behaaglijk nestel ik mij nog wat luier in de terrasstoel. In de verte klinkt de zachte melodieuze roep van een hop. 

Dan wordt de stilte verstoord. Getinkel van ijsblokjes. Lui open ik een oog. Manlief flip-flopt op zijn slippertjes over het terras, een dienblad waarop een karaf water en twee glazen met een lichtgele drank die troebel kleurt waar de ijsblokjes het vocht beroeren. Pastis! Daarnaast een schaaltje met zwarte olijven, een mandje met stokboord en een bakje met een een rode en een groene prut. Ik snuif. Knoflook. Kan ook niet anders. De groene prut is “Caviar d’aubergine” oftewel het gepureerde vruchtvlees van geroosterde aubergine met knoflook. De rode is een tapenade van zongedroogde tomaten met - alweer - knoflook. Het water loopt me in de mond. Alles is hier lekker. 

Nou heb ik ook wel honger na de fietstocht van vandaag. Thuis ben ik niet zo’n kilometervreter, een uurtje of 2 is genoeg maar hier kan ik er geen genoeg van krijgen. 
Achter elke bocht weer een nieuw panorama. Een goudgeel dorpje op een heuvel in de zon. Een korenveld rood van de klaprozen. Lavendelplanten strak geschoren in het gelid. Over een paar weken zullen ze diep paars kleuren, maar ook zo, als grijsgroene planten in oker-bruine aarde zijn ze vol charme. 
Een van onze favoriete restaurantjes
Halverwege de overgang over de Luberon bergketen. Voor mijn wiel flitsen kleine hagedisje over de weg. Wreed verstoord in hun zonnebad. Sorry jongens! Het zijn de bewoners van de “garrigue” een landschap van lage kronkelige eikjes, kruipende dennen en vooral heel veel bloemen. Dit landschap van de “Alpes de haute Provence”  wordt wel eens saai en eentonig genoemd. Voor mij, die langzaam naar boven fietst, geldt dat toch echt niet. De schoonheid zit in de details. Tientallen verschillende bloemen, geur van tijm en als klap op de vuurpijl zie ik een bijeneter.  Ik, geen klimpgeit van nature, wordt hier door het landschap naar boven gedragen. Hans kijkt keek mij wat verbaasd aan als ik bezweet, hijgend maar met een lach van oor tot oor boven geraak. Meestal kom ik puffend, mopperend en soms zelfs scheldend boven.



Overal wonen kleine hagedisjes

Wonderlijke rotsformaties bij Forcaquier

Velden vol klaprozen

Wreed wordt ik uit mijn overpeinzingen gerukt door een vraag van manlief over welke wijn we morgen gaan halen om mee naar huis te nemen. En wat we verder onze laatste dag nog gaan doen. Mijn gezicht betrekt. Ik wil er helemaal nog niet aan denken dat we alweer bijna gaan. Hoe kan ik deze indrukken mee naar huis nemen? Ze koesteren. Me omarmd voelen door de Provence zoals nu door mijn terrasstoel?
Chateau La Blaque, producenten van een geweldige rose

Gek is dat toch, dat je ergens kan zijn waar alles klopt. De zon warm is maar niet te heet. Zelfs bij temperaturen waar ik thuis loop te puffen. De lucht blauwer, de kleuren feller, het licht bijzonderder. Waar al het eten lekkerder is dan thuis. Ok, met uitzondering van de “pieds et paquets”. Waar zorgen verdwijnen en mijn frons zich omvormt tot lachrimpels. Ik neem nog een slokje pastis en zak nog even onderuit. Glimlach alweer gelukzalig voor mij uit. Morgen komt morgen wel. Ik geloof dat ik verliefd ben op deze streek. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen