dinsdag 9 februari 2016

Herinneringen aan Chenak en Janouk: dag 'noukje

We lopen over Piccadilly circus in Londen als de telefoon gaat. De dierenarts! Ik houd de telefoon tegen mijn oor en loop een wat rustiger zijstraatje in, bang om een woord te missen. Janouk is die middag onder het mes omdat hij bij de oppas helemaal niets wilde eten en ik maak mij zorgen. 

Het is niet goed. Zijn darm is kapot. Minsten drie gaten, nog nooit zowat gezien, zegt onze ervaren dierenarts. Hij moet veel, heel veel pijn hebben gehad want het maagzuur loopt zo de vrije buikholte in. 
Mijn benen kunnen mijn gewicht niet meer dragen en ik laat mij op de rand van de stoep zakken. Ik slik krampachtig en wil wat zeggen maar het lukt me bijna niet. Tranen wellen uit mijn ogen. Ik slik nogmaals en vraag met verstikte stem of hij het ook aan Hans wil vertellen. “Natuurlijk” zegt hij en ik geef de telefoon over. 
Met mijn hoofd op mijn armen begin ik te snikken. Ik huil en kan niet meer ophouden. Hans praat verder. Natuurlijk moet hij nu niet meer wakker worden. Met betraande ogen kijk ik naar Hans en knik heftig en instemmend. 

Ik wil naar huis. Nu. Ik wil niet in Londen zijn maar thuis, hem nog een keer zien. Helaas lukt dat niet. De vluchten naar Nederland zitten vol of zijn belachelijk duur. Het maakt nu toch niet meer uit. 

Hans heeft inmiddels het gesprek afgerond en daar staan we dan. Hartje Londen in een bubbel van misere. Ook zijn ogen zijn rood. We kunnen het niet echt geloven, het is zo onwerkelijk. Onze bikkel, die zolang wij thuis waren gewoon doorgelopen is. Drie dagen geleden nog een heerlijke lange wandeling met Hans heeft gemaakt. Ok, hij was wat teruggetrokken was de laatste tijd. Wij dachten door de komst van de pups. Kwakkelde wat met af en toe diarrhee en at niet zo goed. Misschien wat verkeerds gegeten, tenslotte snaaide hij wel vaker wat van straat. Och arme, wat moet hij zich ziek gevoeld hebben. Pijn gehad hebben. Wij hadden het niet door. 

We lopen nog een ronde door het park, drinken thee. We moeten door. Die avond gaan we toch maar uit eten. We hebben een “weet je nog” gesprek. Over al die mooie en gekke dingen die we met hem beleefd hebben. Ook daar lopen de tranen over mijn wangen en komt de serveerster vragen of het wel gaat. Ja, het gaat. Ik ben verdrietig maar we vieren tegelijk ook zijn leven, met alle ups en downs

Terwijl ik dit schrijf biggelt weer een traan over mijn wang. Ik snuf maar kan het niet stoppen. Ik snuit mijn neus en kijk om me heen. Een paar mede-passagiers staren besmuikt naar me, hier middenop de drukke luchthaven van Geneve. Ik snuif nogmaals en veeg mijn ogen af. Wat kan het me eigenlijk ook schelen, als mensen het raar vinden. 

Ook nu, 4 jaar later ben ik nog weleens verdrietig, Minder heftig, minder intens. Wat ik het ergste vond is dat ik er niet bij was toen hij ingeslapen werd. Dat heeft me lang achtervolgd. Alsof ik hem in de steek had gelaten. Terwijl hij waarschijnlijk juist besloot dat hij wel mocht gaan als wij weg waren. Ongetwijfeld op weg naar Grote Broer Chenak om samen de Eeeuwige Sneeuwvelden onveilig te maken. 
Soms voel ik hem ineens heel dichtbij, mijn zachte beertje. Zoals op die vakantie in Noorwegen. De eerste keer zonder “nak en ‘nouk en ik hoopte zo op Noorderlicht. Maar zoals het echt husky’s betaamt kwamen ze opdagen uit onverwachte hoek. Met een regenboog bij zonsopgang. 




Op vakantie in Noorwegen onder de wax-bok. Geeft niet als je mee gewaxed wordt...
Zo lag hij ook altijd bij Hans onder de zaagmachine 

Thuis op de tuinbank in het zonnetje, de enige bank waar hij wel eens op durfde te kruipen



Samen met Chenak in de sneeuw op vakantie in Oostenrijk (Tauplitz Alm)
Rennend op het strand in Zeeland - enkele maanden voor zijn dood

Even wat bijscholing in de Meinweg

Hij vond ook alles goed wat we deden- zelfs dekentjes

Onderweg in Noorwegen

Mijn bi-eyed boy op de laatste vakantie in de sneeuw - Reit im Winkel

De laatste foto, kort voor zijn dood. Even rust gezocht weg van de puppen.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen