dinsdag 22 april 2014

Kiddiecats

Katten heten bij ons “Kiddiecats”.  Geen idee eigenlijk waar het woord vandaan komt. Ooit opgevangen en blijven hangen. Man en ik vonden katten wel leuk. De gratie, de prachtige ogen en de eigenzinnigheid. Gave beesten. Maar eigenlijk zien we ze liever niet. Zeker niet als we met de mannen op stap zijn. 
Wij vinden dat we een van de meest katachtige rassen onder de honden hebben. Eigenzinnig. Zelfstandig. Ze wassen zichzelf net al katten doen. Ik vermoed echter dat de heren hoogst beledigd zouden zijn met de vergelijking. Een plaag is het, die katten. De moeten verjaagd worden.  Niet uit mededogen met de jonge vogeltjes of muisjes. Meer als concurrentie? Of toch gewoon als prooi. 

Het blijft mij verbazen hoe diepgeworteld da haat tussen kat en hond is. Van kleins af aan waren katten iets waar je achteraan moest. Klaar. Hoezeer wij het ook ontmoedigen, de reactie blijft fel. In drive en explosiviteit zit een rennende kat zeker in de top drie. Hoger dan schapen. Net onder de reeën, schat ik zo. Gelukkig zijn katten in koud en nat winterweer meestal binnen. Houden ze ook niet van sneeuw. Zodat we ze zelden tegen komen met het steppen. 

Afgelopen zaterdag hadden de heren nogal last hadden van stuiteritis, een staat van zijn waarin ze op alles reageren. Dus toen de volgende ochtend het kwik was gezakt tot onder het 10-graden-punt, hees ik mij om 7 uur ’s ochtends uit mijn warme bedje. We starten altijd om de hoek, zodat ik enig overzicht heb en vanwege de Kiddiecat van de buur-buur vrouw die daar nogal eens op de oprit ziet. Zijn we daar vast voorbij. 

Manlief helpt me even op weg, altijd makkelijker bij de start. Vol vertrouwen geef ik het commando hike. Volle sprint vetrekken we. Rechtdoor langs het bosje vol lentegroen. Zij kijken opzij, ik kijk opzij en krijg een hartverzakking. Op nog geen twee meter afstand zit daar de zwart witte kat van de buren. Plat tegen de grond gedrukt. In paniek. Net als ik. Ik geef een brul en voor ik het weet zijn we er voorbij. Te veel momentum? Ik dank de beschermgod der katten en mushers. Als ze de optie linksaf richting Kiddiecat genomen hadden was ik zeker ondersteboven gegaan. 

De rest van de rit is een prachtige fartlek training, waarin we worden gehaasd door een fazant, een haas en een konijn. Waarin ze niet reageren op de schapen in de wei en keurig doorlopen als een bordercollie blaffend langs het gaas meerent. 

Tevreden komen we thuis. De Kiddiecat is ook thuis. Vlak na onze passage zag manlief hem met de oren in de nek in volle sprint naar huis vluchten. Ik ben in ieder geval blij dat we beiden met de schrik vrij zijn gekomen. Ik hoop wel dat poeslief nu net wat minder vaak onze oprit en voortuin onveilig maakt. Een sentiment dat ongetwijfeld gedeeld wordt door de vissen in de vijver. De schrik zit er in ieder weer even goed in. Ook bij mij. Ik kies weer even een andere startplek. 

Naschrift: de lokroep der vissen was sterker. Op een ochtend komen we terug van een wandeling en daar zit poes, aan de rand van de vijver. Hij (of zij?) schrikt en neemt een enorme een sprong om weg te komen. Met een grote plons landt hij middenin het diepste stuk de vijver. PANIEK. Met wat gekrabbel komt hij uit het water en vlucht weg. We kunnen er niks aan doen en liggen in een deuk. Niets zo lachwekkend als een ' verzopen kat'. De heren vinden het uiteraard hoogst interessant. Poes zien we nu echt waarschijnlijk voorlopig niet meer terug? Al 2 van de 9 levens opgebruikt... 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen