vrijdag 14 februari 2014

Blubbermoe

Met een gevoel van vermoeide opluchting trek ik om iets na half zes de deur van het lab achter me dicht. Klaar en redelijk op tijd naar huis. Ik ben vandaag alleen en dus wachten er thuis twee vrolijke husky heren op me die wel zin hebben in een ommetje. Ach, even uitwaaien kan geen kwaad. Ik heb er wel zin in.

Op weg naar mijn auto wordt mijn enthousiasme enigszins geblust door een striemende regen. Thuis gekomen moet ik lachen. Om Shadow die met mijn slof aan komt sjouwen. Om Spot die zich om mijn benen slingert, oortjes in de nek, duidelijk solliciterend naar een knuffeltje. Ik plof op de stoel in de serre, jas nog aan en deel zonder aanziens des honds knuffels uit en ontvang kusjes. Ondertussen zwelt de wind aan tot stormkracht en klettert de regen tegen de ramen. Brrr.

Als de heren zijn uitgeknuffeld, kijken ze me vol verwachting aan. Tijd voor actie. Ik zucht een keer, hijs me overeind en hul mij van top tot teen in goretex. In de garage wurm ik mijn voeten in mijn rubber laarzen. Waterdicht ingepakt ga ik op stap.
De kleine druktemakers trekken zich niet zoveel aan van de nattigheid, behalve als ze even moeten zitten vandaag. Zeker Shadow houdt niet van natte billen en het is onmogelijk om ergens buiten nog een droog plekje te vinden. Uiteraard kiest hij vandaag uit als dwarse dag en moet hij van mij wel zitten om af en toe even af te koelen. Zelfs in een plas. Wat dan weer helpt bij het afkoelen.

Gelukkig heb ik ook kaas bij me. En rookworst. Dus spelen we ook "zoek je koekje" onderweg. Een manier om hun aandacht weer bij mij te krijgen en mijn humeur droog te houden. Ach, eigenlijk valt het best mee. Heb ik het best naar mijn zin. Hongerig en wel, in het donker, in de regen.

Totdat de heren een konijntje ruiken en het dunne laagje modder op het graspad gladder blijkt dan ijs. Mijn linker been roetsjt naar voren en mijn kie zegt knak. Au. Met wat moeite lukt het me net om overeind te blijven. Ik haal even diep adem, houd mezelf voor dat ze het heus niet expres doen. Dat zij ook niet door hebben dat ik mij op glad ijs, uh, modder bevindt.

Noodgedwongen haal ik de touwtjes een beetje strakker aan en voorzichtig loop ik verder. Opgelucht als we weer terug zijn. Eigenlijk heb ik wel een beetje medelijden met mezelf. Ik droog de honden af (waarop zij ook medelijden met zichzelf hebben) en trek in de regen een sprintje naar de supermarkt. Chips en bier. Daar is het een avond voor. De perfecte remedie voor blubbermoe.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen