zondag 22 december 2013

Herinneringen aan Chenak en Janouk: het begin.

Met een wat angstige blik zie ik Hans de weg aflopen met aan het uiteinde van de lijn een soort dansende Derwish. Het springt, sprint, trekt, gilt, spint, draait 180 graden in de lucht, landt gilt, springt, sprint, trekt etc.  
Wordt dat mijn hond? Moet ik daarmee gaan wandelen? En overeind blijven? Hans en de fokker verdwijnen uit zicht. Mijn ogen dwalen naar zeven bolletjes wol in een werpkist. Twee weken oud lijken de pups meer op cavia’s dan hondjes. Ze piepen ook als caviaatjes. Wordt een daarvan mijn hond? Het lijkt nu allemaal nog erg onwerkelijk.

Het begon allemaal een jaar daarvoor (1999), we wilden een mooie hond en gingen kijken bij deze Siberische husky fokker. We stapten uit in het donker en werden begroet door wolvengehuil. De lakmoesproef volgde later op de avond: hou houd ik mij staande als er twaalf enthousiastelingen op mij af komen. Blijkbaar slagen we voor de test want een jaar later komen we in aanmerking voor een puppy. 


Omdat we nogal eens een hele dag weg zijn, adviseert de fokker ons twee honden te nemen. Behalve een pup hebben ze ook nog een volwassen herplaatster voor ons. Tenminste, als we Chenak willen. Als puppy ging hij naar een gezin met ervaring met ‘normale’ honden maar na drie jaar haalde de fokker hem terug. Het ging niet. Hij sloopte de boel, poepte en plaste binnen en was grondig in de war. Na een jaar in  de roedel van de fokker gaat het al een stuk beter met hem, maar hij is teveel mensenhond om tevreden te zijn met een leven buiten in de groep. We mogen hem op proef hebben, op voorwaarde dat we hem niet los laten lopen. Dan gaat hij er namelijk vandoor en op jacht. Het is een prachtige hond, vrolijk, enthousiast en lief voor pups en we willen het proberen. Vandaag is de eerste wandeling. Over een week of zes mogen ze mee naar huis. De cavia en de derwisj. Oh jee… 


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen